Zoektocht naar het paradijs: “Een gevoel van: ik ben mooi en mag gezien worden”

Robinson (28) is mijn kaka, mijn oudere broer. We zitten samen in de woonkamer van ons ouderlijk huis, waar we beiden niet meer wonen maar nog dagelijks op bezoek komen. We eten graag samen. Niet alleen vanwege de kookkunsten van onze vader, ook omdat het nog steeds als thuis voelt. Robinsons piano – die van onze oma van vaders kant is geweest – staat op zijn kamer. Wanneer onze vader aan het koken is en allerlei verrukkelijke geuren zich door het huis verspreiden, vult Robinson meestal het huis met harmonieuze, jazzy akkoorden. 

Robinson vertelt dat zijn persoonlijke muzikale reis begon tijdens zijn puberteit, toen hij voor het eerst de Canadese singer-songwriter Joni Mitchell hoorde: “Door Joni, die mij totaal begreep en zag, wist ik dat ik dit ook moest doen. Haar teksten zijn mooi en hoopvol, maar ze durft ook de duistere en lelijke kanten van zichzelf te laten zien. Dat sprak me meteen aan, omdat je je tijdens de puberteit helemaal niet mooi voelt van binnen of buiten. Dat zij dat ook hardop zei, vond ik heel herkenbaar.”

Door Julia Jouwe

Robinson Jouwe | Papua dalam hatiku
Foto: Nationale Herdenking 15 augustus 1945

Verbonden strijd van Papoea’s en queers
Vorig jaar blies Robinson zijn publiek weg tijdens zijn eindperformance aan het conservatorium, waar hij zijn opleiding Jazz en Pop bijna heeft afgerond. Tijdens het optreden zong hij over verschillende kanten van zijn identiteit. Hij vertelde onder meer hoe de Papua-strijd en de strijd die queer-gemeenschappen voeren, voor hem verbonden zijn. Hij maakt deel uit van beide gemeenschappen en voelt daarin dezelfde strijdbaarheid om systeemverandering teweeg te willen brengen. Inmiddels is Robinson componist en singer-songwriter. Maar in het begin, toen hij net wist dat hij iets met muziek moest doen, was het niet vanzelfsprekend dat hij ook zou gaan zingen. Wanneer hij thuis muziek maakte, liet hij vooral anderen zingen. Dit werd ‘de ijsbreker’ die ervoor zorgde dat hij zelf ook ging zingen.

De Papua-strijd en de strijd die queer-gemeenschappen voeren, zijn voor Robinson verbonden. Hij voelt daarin dezelfde strijdbaarheid.

Geïnspireerd door artiesten
“Thuis werd altijd muziek gedraaid en naar mijn mening hadden onze ouders een hele goede muzieksmaak”, vertelt Robinson. “Earth, Wind & Fire, Dionne Warwick, Frank Sinatra, Diana Krall. Veel jazz maar ook old school disco.” Als ik zeg dat deze muzikanten me lijken te contrasteren met de wat meer duistere muziek van Joni, zeg hij: “Dat is wel zo, maar ook jazz komt voort uit iets heel duisters. Het gaat terug naar de slavernijtijd en werd gezongen tijdens het gedwongen werk dat werd verricht. En disco is ook verbonden met duistere dingen zoals drugsverslaving in de jaren zeventig en tachtig. De queer-gemeenschap heeft grote invloed gehad op disco, maar moest tegelijkertijd omgaan met de hiv- en aidsepidemie. En toch, als je die muziek hoort wil je dansen!”

Van Joni leerde Robinson om eerlijk naar zichzelf te kijken en zichzelf bloot te geven zonder te oordelen. Maar hij laat zich in zijn muziek door veel meer artiesten inspireren, zoals pianist Oscar Peterson met zijn vaardigheden en techniek. En van Nina Simone leerde hij dat je met muziek sociaal-maatschappelijk strijdbaar kunt zijn. Dat strijdbare wil Robinson samenbrengen met andere invloeden om er zijn ‘eigen ding’ van te maken.

Op reis naar Papua
Zijn eerste reis naar Papua heeft hem als persoon veranderd en zijn muziek beïnvloed. Robinson: “Mijn leven is echt opgedeeld in before and after Papua.” Als ik vraag naar het verschil, antwoordt hij: “Je weet wel van je familie dáár en je hebt foto’s gezien, maar het is anders als je er met je voeten op de grond staat. Dan komt het besef dat je daar ook een huis hebt, daar ook hoort. Tegelijkertijd wel en ook niet. Ik voelde me voldaan en vol van liefde. Daar kan ik nog heel lang op teren.” Terug in Nederland, claimde Robinson zijn Papua-identiteit veel sterker. De reis naar Papua had grote invloed op zijn muziek. “Het heeft er voor gezorgd dat ik alle kanten wil laten zien, ook de dingen waarvan ik vroeger dacht: ‘ik vind dat helemaal niet mooi aan mezelf’. Dingen die je onderscheiden van anderen, maken je juist mooi. Vroeger vond ik het bijvoorbeeld helemaal niet cool om uit Papua te komen. Daar werden op school wel eens grapjes over gemaakt. Als kind ben je beïnvloedbaar en ken je termen zoals ‘racisme’ niet”, legt hij uit. “Maar toen ik met eigen ogen had gezien wat voor mooi en sterk volk wij zijn, wilde ik dat alleen maar met iedereen delen.”  

Robinson Jouwe | Papua dalam hatiku
Robinson tijdens zijn eindperformance

Verschillende identiteiten
Vlak voor deze belangrijke levenservaring schreef Robinson zijn eerste drie eigen nummers: Bird of Paradise, Marry Me en Queer blues. Bird of Paradise verwijst naar Robinsons namah tanah (naam van het land) Tiache, wat paradijsvogel betekent in de taal van onze kampong Kayu Pulau. Volgens traditie werd deze naam door avo (onze opa Nicolaas Jouwe) bij de geboorte intuïtief gegeven. Robinson legt uit dat zijn nummers verschillende identiteiten van hem uitlichten: “Mijn Papua-afkomst, mijn queer-identiteit maar ook mijn romantische kant. Queer blues gaat over het feit dat je in de gay-mannenscene veel verloren zielen hebt, die naar liefde zoeken op de verkeerde plekken. En Marry Me gaat over de koorddans die je als queer persoon constant uitvoert bij wat er van je wordt verwacht in een heteronormatieve maatschappij. Tussen wat jij zelf wil met je leven en wat de queergemeenschap van je verwacht. Wie ben jij? Dat is de vraag; daarin kan je jezelf verliezen en weer terugvinden.”

De reis naar Papua had grote invloed op zijn muziek. “Het heeft er voor gezorgd dat ik alle kanten wil laten zien, ook de dingen waarvan ik vroeger dacht: ‘ik vind dat helemaal niet mooi aan mezelf’.

Zoektocht naar ‘thuishoren’
Robinson vertelt dat hij de verschillende identiteiten ervaart als bezieling die hem als gidsen de weg wijzen bij zijn zoektocht naar thuishoren, naar belonging. Hij voelt zich op meerdere plekken thuis: in zijn geboortestad Delft, in Den Haag waar hij woont en in Papua in de kampong. Hardop nadenkend, verbindt hij zijn namah tanah met de zoektocht die hij heeft ingezet: “Mijn muziek en de thema’s die ik bespreek, komen voort uit mijn zoektocht naar paradise. Iets wat ik voor mezelf en anderen wil creëren. Paradise is een gevoel van vrijheid. Een gevoel van: ik ben mooi en ik mag gezien worden. Dan zie ik de paradijsvogel voor me die vrij rondvliegt, met die mooie veren en kleuren. Dat is waar ik de hele tijd naar op zoek ben.”    

benieuwd naar de stem van Robinson?

Julia Jouwe
Over de auteur

Julia Jouwe (25) behoort tot een van de Papoea-families die in 1962 als politieke vluchtelingen naar Nederland kwamen. De opa van Julia, Nicolaas Jouwe, heeft de Morgenstervlag ontworpen en was samen met Markus Kaisiëpo vice-voorzitter van de Nieuw-Guinea Raad.

Julia is mede-oprichter van de The Young Papua Collective. Deze organisatie biedt (Papoea-)jongeren de gelegenheid om in contact te komen met hun Papoea-identiteit en met elkaar. Ze heeft journalistiek en biomedische wetenschappen gestudeerd.