Column: Exotisch Zutphen

Column: Exotisch Zutphen

Merel Hubatka | Papua dalam hatiku
Door: Merel Hubatka - Bron: Cultuurkrant

De zaal van een school in Zutphen met de geur van bijenwas en zweetvoeten. Een meisje op de rand van volwassenheid loopt rusteloos heen en weer. Ze heeft haar Nederlandse haar tot kroezen gekregen. Een grasrokje om de heupen en een paradijsvogeltooi op het hoofd. Met de man die zich haar Papoeavader noemt heeft ze geoefend op traditionele dansen. Urenlang leerde hij haar liederen in de Biakse taal en de betekenis van de geometrische figuren waarmee haar lichaam nu beschilderd is. Iedereen stelt haar gerust dat hij er is, dat hij klaar is voor het optreden. Ze loopt naar de coulissen en kijkt zoekend om zich heen. Tijd tikt genadeloos door. Waarom heeft ze hem nog niet gezien?

Haar echte vader rijdt al uren radeloos rond. Zijn huis? De Papoea is er niet. De bibliotheek waar hij vaak komt? Niemand. De route door de uiterwaarden die hij dagelijks wandelt? Verlaten.

Het zaallicht wordt gedimd. Er klinkt een lange diepe toon. Het is oom Gersson die de triton blaast, een grote schelp met een gat erin waar een wonderbaarlijk indringend geluid uit komt. Die is wel gekomen, denkt ze. Graag zou ze zichzelf daarmee geruststellen, maar Gersson is in het donker achter in de zaal niet te onderscheiden van de rest van het publiek.

Ze weet dat de kunst van het improviseren een onmisbaar talent is in deze cultuur. Maar ze weet ook dat er een programma is met vaste tijden, keiharde afspraken en een zaal vol Nederlanders die beginnen te schuiven op hun stoel en ongedurig op hun horloge kijken. De triton sterft weg en de stilte strekt zich uit. Als een oceaangolf rolt die naar haar toe. Slaat over haar heen, beneemt haar de adem. Springen moet ze. Duiken. Doen.

Ze stapt het licht in, haalt diep adem en begint te zingen. Na een paar zinnen hoort ze de slag van de tifa, een langwerpige trommel. In vol ornaat stapt de verloren Papoea het podium op. Hij draagt geen kleren, enkel een witte doek waarmee hij op een sumoworstelaar lijkt. Ze schrikt van zijn norse blik.

Dit is een serieuze aangelegenheid. Hier wordt de Papoeacultuur doorgegeven aan de volgende generatie. En, niet onbelangrijk, in West-Papoea ligt geschiedenis van Nederland. Zwarte bladzijden. Vergeten door velen. “Nona manis”, vertelt hij op een later moment, “wij Papoea’s komen liever niet op een afgesproken moment. Weet je waarom niet? Als er een afspraak staat, dan weten de boze geesten dat ook.” Indringend kijkt hij haar aan. “Je moet ze om de tuin leiden. Onthoud dat goed, meisje. Onthoud dat goed.” 

Ze weet dat de kunst van het improviseren een onmisbaar talent is in deze cultuur. Maar ze weet ook dat er een programma is met vaste tijden, keiharde afspraken en een zaal vol Nederlanders die beginnen te schuiven op hun stoel en ongedurig op hun horloge kijken.

Merel Hubatka is schrijfster en antropologe. In 2020 publiceerde zij haar debuutroman Norman. Een meeslepend verhaal over haar vader Frank Hubatka, die diep in de jungle zijn idealen probeert te verwezenlijken tegen de achtergrond van een stormachtig internationaal conflict. Merel staat aan het roer van ons project ‘De Verhalensalon‘, waarbij ze tweede en derde generatie Papoea’s in Nederland begeleidt in het vastleggen van hun persoonlijke verhaal.