Title Image

Dubbelbloed: “Mijn voorouders hebben een bijzondere weg afgelegd. Het is een cadeau dat ik me daarin mag verdiepen.”

Voor Joost Tanasale (36) begon de zoektocht naar zijn Molukse afkomst met rondstruinen in oude archiefdozen. Met een gevoel van nieuwsgierigheid en ongemak tegelijk. “Ik heb een behoorlijk Nederlandse opvoeding gehad. We spraken thuis Nederlands, ik groeide op tussen Nederlandse kinderen en werd verliefd op blonde meisjes.” Dat geldt ook voor de vader van Joost. Op 11-jarige leeftijd verlaat hij samen met zijn ouders zijn geboorteplaats Merauke (zuid-Papua) en komt hij in Nederland te wonen. De opa en oma van Joost kiezen heel bewust voor een Nederlands georiënteerde opvoeding. “Dat was nodig om hier te kunnen slagen, studeren en werken. Hun toekomst stond op het spel. Ik pluk daar nu de vruchten van.”

Dubbelbloed - Joost Tanasale | Papua dalam hatiku

De familiegeschiedenis van Joost is niet vergelijkbaar met die van veel andere Molukse families in Nederland. Zo was zijn opa geen KNIL-militair* en groeiden zijn vader en Joost zelf niet op te midden van één van de vele Molukse kampen of wijken. Joost voelt zich dan ook ‘gewoon’ Nederlands. Op latere leeftijd bekruipt hem steeds vaker het gevoel dat hij eigenlijk meer zou moeten weten van zijn Molukse achtergrond. Hij verdiept zich in het algemene verhaal van Molukkers in Nederland, leest veel en bezoekt Molukse wijken.

Wanneer Joost zelf vader wordt, neemt ook zijn interesse in zijn eigen familieachtergrond toe. “Je moet jezelf kennen om het goede mee te kunnen geven aan je kinderen.” Hij begint archiefstukken van zijn opa uit te pluizen die door zijn oom zijn bewaard. En dat brengt veel bij hem teweeg.

Van Merauke naar het Drentse Roden

De opa van Joost werkte in zijn jongere jaren (1936) als telegrafist op een militaire bivak langs de Digoel-rivier in Papua, Mappipost genaamd. Het was de plek waar men langskwam op weg naar strafkamp Boven-Digoel. Deze bivak vormde een uitvalsbasis voor soldaten die in opdracht van het Nederlandse gouvernement rivaliserende stammen moesten intomen.  

Dubbelbloed - Joost Tanasale | Papua dalam hatiku
Merauke eind '50/begin '60 - Groepsfoto voor het huis van opa Pieter Johan Tanasale (midden - geblokt overhemd)
Dubbelbloed - Joost Tanasale | Papua dalam hatiku
Merauke begin '50 - Opa Pieter Johan Tanasale (links) met voetbalteam

De vader van Joost wordt geboren in Merauke, de grootste stad van zuidelijk Papua, het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea. Hij is 11 jaar oud wanneer in 1962 deze laatste kolonie in ‘de Oost’ wordt overgedragen aan Indonesië. Noodgedwongen vertrekt het gezin naar Nederland. Het werk van de opa van Joost is niet zonder gevaar en als voorman van de RMS (Republik Maluku Selatan) in Merauke staat hij op een zwarte lijst. Lange tijd is hij verantwoordelijk voor het opstellen van lijsten met namen van Molukse gezinnen die naar Nederland zouden gaan. In september is de beurt aan de oma van Joost, die samen met haar zeven jonge kinderen per vliegtuig naar het verre Holland vertrekt. Zijn opa zal het land uiteindelijk verlaten met de laatste boot die naar Nederland gaat. Van die eerste periode in Nederland herinnert de vader van Joost vooral nog de kou. Met de weinige spullen die ze bij zich hebben wordt het gezin ondergebracht in een pension in Zeist. Uiteindelijk komen ze terecht in het Drentse Roden.

‘Podkas van mijn opa’

Samen met zijn zus Tamar bespreekt Joost in de podcast ‘Podkas van mijn Opa’ welke invloed hun bijzondere familieverhaal en afkomst heeft op hun dagelijks leven. Waar Joost schrijft en vertelt, maakt Tamar er liedjes over. Zo zingt ze in haar nummer ‘Ik weet niet wat de tantes zingen’ over het diepe verlangen naar het moederland dat ze bij andere mensen ziet:

Er is geen heimwee voor een kind als ik

Ik zou niet weten wat de tantes zingen,
met hun hand op hun hart,
ik weet niet wat de tantes zingen,
met hun ogen dicht.

De podcast wordt een mooi, eerlijk en open portret over wie je bent, waar je wel of niet bij hoort, wat je herkent of juist vervreemdt.

Het maken van de podcast heeft Joost veel gebracht. “Ik denk dat ik als derde generatie anders en met enige afstand naar de familiegeschiedenis kan kijken. En dat geeft soms weer nieuwe perspectieven. Zo kwamen we tot het besef dat mijn opa en oma in feite zijn gevlucht uit Papua. In de familie benoemden we dat eerder nooit op deze manier maar het komt wel binnen.”

Dubbelbloed - Joost Tanasale | Papua dalam hatiku
Coverafbeelding van de podcast

En nu?

Voor Joost, in het dagelijks leven werkzaam als PR/communicatieadviseur, komt de zoektocht naar zijn roots inmiddels samen met zijn professionele carrière. Naast zijn werk voor Herinneringscentrum Kamp Westerbork en de eerder genoemde podcast werkt hij aan een roman. Volgend jaar staat een reis in zijn opa’s voetsporen op de planning, waarbij hij de verschillende plekken langs zal gaan waar zijn opa heeft gewoond en gewerkt.

“Door mijn familiegeschiedenis te onderzoeken ben ik het beter gaan begrijpen, en kan ik me ook beter verhouden tot mijn roots. Ik zie nu juist de rijkdom in van ons verhaal en van de mix aan culturen die we meedragen. Mijn voorouders hebben een bijzondere weg afgelegd. En ik zie het als een cadeau dat ik me daarin mag verdiepen.”

*Als gevolg van de onafhankelijkheidsverklaring in december 1949 werd het KNIL in juli 1950 opgeheven en werden de soldaten voor de keus gesteld uit dienst te gaan of onderdeel te worden van het Indonesische leger. De meesten waren op dat moment op Java en wilden gedemobiliseerd worden om zich aan te sluiten bij de onafhankelijkheidsbeweging RMS (Republik Maluku Selatan). Nederland wilde de verhouding met het net ontstane Indonesië echter niet verstoren en weigerde aan deze wens te voldoen. In plaats daarvan kozen de Molukse militairen op advies van de RMS-delegatie in Nederland voor een tijdelijk verblijf in Nederland. En zo arriveerden tussen maart en juni 1951, 3578 militairen, met hun gezinnen (in totaal 12.500 personen) in Nederland. Aanvankelijk gingen zowel de Molukkers als de overheid uit van een tijdelijke verblijf en werden zij om die reden geïsoleerd gehuisvest in kampen door heel Nederland. In de loop van de jaren vijftig bleek dat een snelle terugkeer naar de Molukken politiek onmogelijk was en werd langzaam maar zeker, en voor velen pijnlijk, duidelijk dat hun toekomst in Nederland zou liggen.

Bron: www.vijfeeuwenmigratie.nl/migratiebeweging/molukse-soldaten-het-koninklijk-nederlands-indische-leger-knil