Zijn wieg stond in het ziekenhuis in Hollandia, de toenmalige hoofdstad van Nederlands Nieuw-Guinea (nu: Papua). Casper de Jong (65) laat zijn elleboog zien, waarop een klein inktstreepje staat. Ingeënte baby’s kregen in die tijd een notitie in hun geboortepapieren, vertelt hij. Maar lang niet alle Papoea-kinderen waren geregistreerd bij de overheid. Bij deze kinderen zonder papieren werd – als inentingsbewijs – een inktstreepje onder de huid gezet. Zo ook bij Casper. “Mijn moeder was boos toen ze het zag want ik had wél papieren.”
“Mensen worden aan elkaar verbonden door de geschiedenis heen”
Casper is pas anderhalf jaar oud wanneer het gezin in 1962 definitief terugkeert naar Nederland. Noodgedwongen, vanwege de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië. Toch voelt hij zich nog steeds verbonden met het huidige Papua. Op 24 oktober gaat zijn nieuwe voorstelling De vogels van het Paradijs in première. Samen met gitarist Steven Faber schreef Casper deze muzikale, verhalende voorstelling over hoe de geschiedenis gewone mensen meesleept en verbindt.
De geschiedenis voerde de familie van Casper langs Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Nederland en liet sporen na.
Casper: “In de hoek van onze woonkamer stonden speren. We hadden een dolk van krokodillenkaak en een paradijsvogel. Aan de muur hing een groot wandkleed van de Yotefa-baai bij Hollandia die mijn moeder zelf had gemaakt. En bij feestjes werd de filmprojector klaargezet. Als kind merkte ik dat mijn ouders Papua misten. Maar ik voelde ook hun verbittering over de politieke situatie.”
In 1954 gaat de vader van Casper aan de slag als bestuursambtenaar in Nederlands Nieuw-Guinea. Als indoloog en natuurliefhebber heeft hij grote belangstelling voor de mensen, cultuur en natuur. Hij werkt ruim acht jaar op verschillende posten over het hele westelijk deel van het eiland. De moeder van Casper wordt geboren in Nederlands-Indië. Na een roerige periode in een jappenkamp komt ze in Nederland, waar ze haar toekomstige man ontmoet. Ze is in haar element wanneer ze samen terugkeren naar de tropen. Casper: “Onderweg naar Nieuw-Guinea schrok mijn vader toen hij voor het eerst een cicak, een kleine hagedis zag. Ook werd hij in de eerste weken na aankomst flink verbrand door de zon. Mijn moeder kon hier om lachen.”
De vader van Casper houdt zich onder meer bezig met het opleiden van Papoea-jongeren. Gedreven door het ideaal om bij te dragen aan een zelfstandig en onafhankelijk Papua. Als aan deze periode in 1962 abrupt een einde komt is de pijn groot. Zijn ouders hadden zich verbonden aan de mensen en het land, dat uiteindelijk een speelbal wordt van internationale politiek.
De moeder van Casper vertrekt samen met de kinderen per vliegtuig. Zijn vader volgt later met de boot. Met de aankomst in Nederland komt ook een einde aan zijn carrièrepad als bestuursambtenaar. Hij krijgt een kantoorbaan, wat een groot contrast vormt met zijn buitenleven in Nieuw-Guinea. Maar tijd en ruimte om te klagen is er niet. Nederland is in wederopbouw en de mensen werken hard. Zo ook de ouders van Casper.
Casper: Er werd niet veel gepraat over de pijn of het gemis van Nieuw-Guinea. Dat kon denk ik ook niet. Mijn ouders waren druk met de zorg voor ons als kinderen en het opbouwen van een leven hier.
Geïnspireerd door het idealisme van zijn ouders besluit Casper medicijnen te gaan studeren in Utrecht. Het doel: tropenarts worden. Maar al snel ontdekt Casper dat hij meer een talenmens is, net als zijn moeder en opa. Hij gaat reizen en keert terug naar zijn geboortegrond.: “Het is verrijkend om terug te gaan naar de plek waar je bent geboren. Om je opnieuw te verbinden met de grond, de natuur en de generaties voor je. Dat past ook in de culturen van Papua. Zij verbinden zich sterk met hun land en voorouders via kunst, muziek en ceremonies.”
Casper: Ik ben opgevoed met het gegeven dat de wereld groter is dan Nederland alleen. Het kolonialisme heeft deze wereld veranderd en doet dat nog steeds. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee.
Daar besteedt hij aandacht aan in zijn voorstelling de Vogels van het Paradijs. Via verhalen en muziek vertelt Casper hoe mensen aan elkaar verbonden worden door de geschiedenis heen. Hoe ze met goede bedoelingen en duidelijke idealen leven en werken in systemen die de mens niet dienen. Maar ook hoe in die situaties de menselijke aard zichtbaar wordt. “Mensen gaan op een nieuwe plek verbintenissen aan. En die verbinding laat sporen na van generatie op generatie. Zo draagt ieder kind het verhaal van zijn voorouders met zich mee.”
Casper deed veel inspiratie op tijdens een recent bezoek aan Papua. Hij raakte geboeid door lokale muziek en maakte opnames die door gitarist Steven Faber als inspiratie zijn gebruikt voor de voorstelling. “Muziek is communicatie, met klanken en ritme vertel je meer dan met woorden alleen.” Niet in de laatste plaats over de onderdrukking en uitbuiting die plaatsvindt in Papua vandaag de dag. “Het respect voor inheemse volken en natuur staat enorm onder druk, terwijl we dat wereldwijd zo nodig hebben. Ik geloof dat je zin geeft aan de geschiedenis en het leven door er verhalen aan te verbinden. Dat is wat we met de voorstelling ook doen. De wereld wordt mooier en begrijpelijker met verhalen.”
Auteur: Vera Wesseling
Foto’s: privé-collectie (tenzij anders vermeld)
‘De vogels van het paradijs’ gaat op 1 november in première en maakt vanaf 2027 een tour langs theaters, festivals en kleine podia. Op 24 oktober 2026 vindt een try-out plaats tijdens een bijeenkomst van de Stichting Zelfbeschikking Molukkers en Papoea’s. Informatie en tickets: www.faberendejong.nl.




