Title Image

Boek | Opgevangen in andijvielucht

In september 1962 komt het schip ss Zuiderkruis aan in de haven van Rotterdam. Aan boord een dubbele lading van meer dan 700 passagiers. Het zijn mensen die Nederlands Nieuw-Guinea in complete chaos hadden verlaten. Hun bedrijven en huizen waren leeg achtergebleven en alle lijnvluchten naar Schiphol waren volgeboekt. Eén van de opvarenden is tante Eef Mamoribo. Ze is door haar echtgenoot met hun twee dochters vooruit gestuurd voor een verlofperiode in Nederland. Aan boord onderweg hoort tante Eef dat Nederland heeft getekend voor overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Haar toekomst en die van haar gezin zou in Nederland liggen.   

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans beschrijft in haar boek Opgevangen in andijvielucht over de opvang in Nederland van verschillende golven evacués uit haar voormalige kolonie. Eerst de oorlogsevacués uit Nederlands-Indië, gevolgd door de Molukse KNIL-soldaten en tot slot de evacués en vluchtelingen uit toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea.* Het tegenwoordige Papua.

Leestip - Opgevangen in andijvielucht - Papua dalam hatiku
Aankomst SS Zuiderkruis op 2 september 1962 (bron: Nationaal Archief)
Leestip - Opgevangen in andijvielucht - Papua dalam hatiku
Tante Eef Mamoribo bij aankomst in Nederland (bron: Nationaal Archief)

Het einde van Nederlands Nieuw-Guinea
Sinds de jaren ‘50 waren groepen Indische, Molukse en Indo-Afrikaanse Nederlanders neergestreken in Nieuw-Guinea, dan nog Nederlandse grondgebied. Ze werkten als ambtenaar, leraar, landbouwer of ondernemer. Ook mensen uit Nederland hadden de oversteek naar Nieuw-Guinea gemaakt, opgeroepen via reclamespotjes die draaiden in Nederlandse bioscopen. Maar aan de jaren van opbouw komt in 1962 een einde. De diplomatieke spanning tussen Nederland en Indonesië neemt toe. En verschillende families kiezen tussen 1960 en 1962  – noodgedwongen of vrijwillig – voor vertrek naar Nederland.

In de loop van 1960 worden ongeveer zeventig gezinnen opgevangen in zogeheten contractpensions. Over deze opvanglocaties komen steeds meer misstanden aan het licht. De evacués worden in ruil voor hun opvang opgezadeld met een schuld. Van het kleine inkomen dat sommigen verdienen moet vaak meer dan 50% worden afgestaan aan de pensioneigenaren. Op eten en verwarming wordt gerantsoeneerd, en helaas zijn racisme en vernedering veelal aan de orde van de dag.

Evacuatiejaar 1962
De grootste golf evacués uit Nederlands Nieuw-Guinea volgt in 1962. Een week na de aankomst van het overvolle schip met tante Eef aan boord, komen ook volgeboekte lijnvluchten binnen. De passagiers worden – soms na tijdelijk verblijf op een kazerne van de marechaussee in Wezep – ondergebracht in contractpensions. Zo komt een aantal Indische en Molukse gezinnen bijvoorbeeld terecht in een voormalig bejaardentehuis in Zutphen.

Onder de evacués bevinden zich relatief veel hoogopgeleide ambtenaren, onderwijzers en ander personeel met een goed inkomen. Maar eenmaal in Nederland begint de teller opnieuw te lopen. Ze komen terecht in kleine kamers met meubels die niet van hen zijn en hun diploma’s worden vaak niet erkend. Zo komt een voormalig politiehoofd aan de lopende band in een snoepgoedfabriek terecht. Deze nieuwe golf van evacués geeft de contractpensionbeheerders maar ook de kledingindustrie brood op de plank. De kosten voor geleverde jassen, truien en schoeisel komen voor rekening van de ontheemden.

Eind 1962 staat de teller op 1.009 geëvacueerde gezinnen. Ze worden verspreid gehuisvest over 221 contractpensions waar zij soms meer dan twee jaar wachten op een eigen woning. Onder deze duizenden evacués bevinden zich zo’n 500 Papoea-gezinnen. De mannen hebben in Nederlandse overheidsdienst gewerkt en in een aantal gevallen bleek hun toekomst in Nieuw-Guinea niet veilig. Velen zijn in de veronderstelling dat hun verblijf in Nederland tijdelijk is; er is immers een belofte van zelfbeschikkingsrecht voor de Papoea’s.

Leestip - Opgevangen in andijvielucht - Papua dalam hatiku
Bron: Nationaal Archief
Leestip - Opgevangen in andijvielucht - Papua dalam hatiku
Bron: Nationaal Archief

Terug naar tante Eef
Een paar maanden na aankomst in Nederland woont tante Eef met haar man en dochters in barakkenkamp De Pieterberg in Westerbork. Bijzonder genoeg herkent tante Eef de plaats Assen van haar aardrijkskundeles in Nederlands Nieuw-Guinea. Hierna volgt een verblijf in een contractpension in Groningen. In het statige herenhuis krijgt het gezin twee kamers met stapelbedden toegewezen. Ze mogen één keer per week in bad en eten wat de Hollandse pot schaft: een klein stukje vlees voor de volwassenen, afgepast broodbeleg en in het weekend een half brood voor twee dagen. Tante Eef vertelt: “Toen ik op een ochtend zag dat de beheerder water bij de melk groot, heb ik het mijn man gemeld, die toen een klacht heeft ingediend.” Ook moeten de bewoners voor twaalf uur ’s nachts binnen zijn. “Alsof we een stel kleine kinderen waren”, merkt tante Eef op. Van het verdiende salaris werd 60% afgestaan. Na een half jaar verhuist het gezin naar een eigen huurwoning met een schuldbrief van 5.000 gulden op zak. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van hartelijke mensen en collega’s die hen mee op pad nemen of uitnodigen voor een drankje.

Grote weerstand blijft uit
Toch blijft grote weerstand vanuit de evacués in die jaren veelal uit. Zoals de Molukse Rachel Luhulima die in ’62 haar woonplaats Merauke verliet vertelt: “Als je hier in Nederland komt, kun je niet kieskeurig zijn. Het was een erg moeilijke situatie op Nieuw-Guinea: we wisten dat we niet achter konden blijven en moesten akkoord gaan met vertrek naar Nederland.” Protesteren lijkt een luxe die men zich niet kon permitteren op dat moment. Met het onderzoek van Griselda Molemans zijn veel misstanden alsnog aan het licht gekomen. Het boek geeft dan ook een waarheidsgetrouw beeld van deze donkere periode uit de Nederlandse geschiedenis.  

Leestip - Opgevangen in andijvielucht - Papua dalam hatiku
Over het boek

Journalist en historica Griselda Molemans deed voor haar boek Opgevangen in andijvielucht (2014) via interviews en archieven onderzoek naar de opvangomstandigheden van de verschillende golven van evacués die vanuit de koloniën naar Nederland trokken. Tussen 1950 en 1970 vertrokken zo’n 380.000 Nederlandse staatsburgers en loyalisten uit Indonesië vanwege hun trouw aan het vaderland. Ze zagen zich gedwongen hun geboorteland te verlaten. In Nederland werden zij opgezadeld met een forse schuld aan de Nederlandse overheid voor de kosten van de opvang.

 

*Geen enkele chronologische opsomming doet recht aan alle mensen die met verschillende nationaliteiten, met of zonder papieren en onder allerlei omstandigheden vrijwillig of gedwongen hun land van herkomst verlieten. Deze opsomming is dan ook verre van volledig.